Sint Jozef Parochie

Vastenactie

Vastentijd: “Gaan waar niemand gaat.”

“Er is te weinig te eten thuis, ik red het niet. Ik vind troost in de groepen”. Daarmee bedoelt Beatrice in Zambia de groepen in het Households in Distress-programma van de zusters van de Heilige Harten van Jezus en Maria. Beatrice begeleidt zelf een lees- en schrijfgroep o.a.
Hoe kunnen WIJ bijdragen? Voor € 3,50 krijgt een kind een maaltijd via het weeshuis. Voor € 15,- kan een weeskind een jaar lang naar de basisschool. Voor € 60,- leert een volwassene een visvijver aanleggen en onderhouden én ontvangt hij jonge vis om te starten. Voor € 90,- ontvangt een gezin een maand lang de eerste levensbehoeften. Voor € 235,- krijgt één persoon een jaar lang training in landbouwtechnieken, in het aanleggen en onderhouden van een moestuin enz.
In de kerken liggen flyers, vastenactiezakjes en er hangen posters met foto’s en informatie.. Als u nog geen vastenzakje gezien hebt, kunt u het geld overmaken naar rekeningnummer NL 68 RABO 0118100696, t.n.v. St. Jozef parochie o.v.v. “vastenactie”. Alvast hartelijk dank!!

Lees hier enkele persoonlijke verhalen uit Zambia. Wilt u weten wat het verschil is tussen vasten nu en vroeger, lees dan dit verslagje.

In de St Petruskerk zal de hongerdoek ‘God onder ons’ te zien zijn. Achter in de kerk vindt u nadere informatie over de hongerdoek. In vroeger tijden werd het mooie altaar met zijn versieringen in de vastentijd afgedekt en in de loop der tijd zijn mensen speciale (honger-) doeken gaan maken om te helpen bij het stilstaan/bezinnen in de vastentijd. Deze hongerdoek is door een Afrikaan gemaakt en biedt hoop in de puinhoop. Voor de mensen in Zambia van deze Vastenactie lijkt het leven bijna onmogelijk, maar de zusters bieden hoop. Ook voor ons is het zaak om eens stil te staan bij hoe wij omgaan met de aarde en haar bewoners.

In de 3e, 4e, 5e en 6e week van de vasten zullen we hieronder steeds een stukje van de hongerdoek uitleggen.


Afrikaanse hongerdoek: God onder ons

De hongerdoek God onder ons is een soort collage, een schilderij vervaardigd met gebruikmaking van Afrikaanse aarde, golfkarton, houtskool en acrylverf. De thema’s van de hongerdoek zijn de mensonwaardige levensomstandigheden in de sloppenwijken en elders in het Zuiden, maar ook de levensmoed van vrouwen, mannen en kinderen die er wonen, hun zelfredzaamheid en hun onderlinge behulpzaamheid.
De hongerdoek is geschilderd door de Togoleze kunstenaar Sokey Edorh. De in 1955 geboren Edorh studeerde filosofie aan de universiteit van Lomé (Togo) en kunsten aan de Académie des Beaux Arts in Bordeaux (Frankrijk). Vanuit de bijbelverzen van Mt 25, 35-36 neemt Sokey Edorh de randgroepen van de menselijke, mondiale en urbane samenleving in ogenschouw en toont hen als de protagonisten van hun eigen leven. Hun kracht en creativiteit en ook hun spiritualiteit zijn een voorbeeld voor ons. De kunstenaar laat mensen zien die zich niet onttrekken aan de hulp voor medemensen in nood en daardoor Gods aanwezigheid present stellen.
De hongerdoek sluit aan bij tekst van Matteüs over de Komst van de Mensenzoon (Mt 25, 31-46). In de door het Goddelijke licht beschenen driehoek in het midden zijn een aantal van de werken van barmhartigheid te herkennen zoals ze bij Matteüs verwoord worden (Mt 25, 35-36). Maar ook buiten de oplichtende driehoek herkennen we een aantal van die positieve werken, waardoor we God kunnen ontmoeten. 

3e week van de vasten:
Dan zullen alle volken voor hem worden samengebracht en zal hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt; de schapen zal hij rechts van zich plaatsen, de bokken links (Mt 25, 32-33)

De witte schapen zweven boven de olietanks van grote bedrijven, de boortoren en de affakkelingsinstallaties. Ze lijken zich te onttrekken aan die wereld, waar slechts de winst telt en vervuiling van het milieu en gebrek aan menswaardigheid op de koop toe genomen worden. Zij zullen het eeuwige leven mogen ontvangen.
In schril contrast daarmee de zwarte bokken. Zij springen van de bankgebouwen op de golfplaten daken van de krotten. De gebouwen van de ondernemingen en de rijken dringen steeds verder door in het gebied van de sloppenwijk, ze dreigen de arme mensen het laatste restje aan eigen plek en waardigheid te ontnemen


4e week van de vasten
Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. Want ik had honger en jullie gaven mij te eten..” (Mt 25, 34-35a)

In een kleine tuin verbouwen mensen groente en fruit.  Op een pick-up brengt een handelaar koopwaren, yams en paprika, naar de markt. De groentetuin is symbool voor het feit dat mensen in het Zuiden in staat zijn om te werken aan hun toekomst. Het kleine tuintje geeft immers ook nog morgen en overmorgen zijn goede gaven. Telkens opnieuw kan er geoogst worden en de opbrengst op de markt verkocht. Telkens opnieuw kunnen hongerige monden gevoed worden.

“..ik had dorst en jullie gaven mij te drinken.” (Mt 25, 35b)
Een dynamische en krachtige vrouw, met haar kleurrijke kleding , trekt met veel kracht aan een kar, waarop een vat met fris water. Aan zuiver en drinkbaar water is een groot gebrek in het Zuiden.  De vrouw staat symbool voor alle krachtige vrouwen, maar ze is, ondanks al haar inzet, niet in staat de kar alleen in beweging te houden. Twee kinderen proberen de kar te duwen, met inzet van al hun krachten, zich schrap zettend met hun benen en voeten.


5e week van de vasten
“Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op,..” (Mt 25, 35c)

Twee archaïsch uitziende, naakte en donkere figuren treden het beeld binnen. Ze doen een klein beetje denken aan de mascotte van het wereldkampioenschap voetbal in 2010 in Zuid-Afrika. Echter, wie het zijn, waar ze vandaan komen, blijft onduidelijk. Maar iemand wacht op hen: een eveneens donkere, maar wel geklede vrouw heet de onbekenden welkom met gaven in haar handen.

“..ik was naakt, en jullie kleedden mij.” (Mt 25, 36a)
Een traditionele wever is bezig met het weven van kente-stroken. Deze stroken worden gebruikt om kleding van te naaien. 
Het weven van de traditionele kleding is hier een pleidooi voor een structurele ontwikkeling vanuit de eigen kracht en traditie. In plaats van tweedehands en afgedragen kleding uit het noorden te importeren, die de eigen kledingindustrie en de vele kleine kledingwerkplaatsjes kapot concurreert, bezinnen mensen zich op hun eigen traditie als basis om huneigen kleding te maken. Zelfwerkzaamheid wordt gestimuleerd, de afhankelijkheid van import en van de goedgeefsheid van anderen verminderd.

‘Ik was ziek en jullie bezochten mij,..” (Mt 25, 36b)
Boven de vrouw zien we een persoon, ziek en ellendig. Maar hij wordt liefdevol verpleegd door mensen vol van medelijden. In sloppenwijken en ook op andere plekken in het Zuiden bestaat geen georganiseerde gezondheidszorg, er staat geen ziekenhuis of dokterspost. Terwijl toch de levensomstandigheden ziekmakend zijn: onvoldoende hygiëne, geen voorlichting hoe gezond te blijven, vies en ondrinkbaar water, honger, geen riolering. Een wc moet door meer dan honderd, soms zelfs meer dan duizend mensen gebruikt worden.


6e week van de vasten (Palmzondag)
“..ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe”. (Mt 25, 36c)
We gaan de sloppen in en komen terecht in de nauwe steegjes tussen de krotten, die dicht op elkaar staan. De stank komt ons als een slag in het gezicht tegemoet. De levensomstandigheden zijn ongelooflijk hard: geen privésfeer, geen menswaardige woonomgeving, geen riolering, geen wegen en straten, geen werk of mogelijkheden om te solliciteren, geen toegang tot school of opleiding. In plaats daarvan: misdadigheid, geweld, prostitutie, vies afval en ongedierte, honger, ziekte, rechteloosheid. Hoogstwaarschijnlijk hebben ook in deze slum acht van de tien mensen geen regelmatig en vast inkomen, meer dan de helft zelfs geen informeel werk. Langs de gevangenis heen trekt een demonstratie door de straatjes. Mannen en vrouwen zijn samen op weg naar de Ashanti-zetel. Ze dragen kruisen met zich mee, symbool van het lijden en de dood van Jezus. Spandoeken worden omhoog gehouden. ‘J’ai soif’, Ik heb dorst, en ‘Pardonne-leur’, Vergeef hen. Beide spandoeken herinneren aan de laatste woorden van Jezus, die hij kort voor zijn dood aan het kruis sprak. De mensen in de stoet hebben gebrek aan levensnoodzakelijke dingen, ze hebben honger en dorst in de meest basale betekenis van het woord. Hun leven is gericht op overleven. Maar ze weten dat God met hen meelijdt. Jezus Christus gaat met de mensen mee op hun kruisweg, hun demonstratie  voor een beter en menswaardiger leven.

Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon (Mt 25, 31)
Vanuit de blauwe hemel, vanuit de Heilige Geest, Gods adem, licht een driehoek op. De mooi versierde zetel, een Ashanti-stool, is nog leeg. Een glorierijke troon, maar de Mensenzoon heeft zijn plek voor het laatste oordeel nog niet ingenomen. Toch is God al aanwezig, in zijn Geest en in de hongerigen, de zieken, de naakten, de gevangenen, de vluchtelingen, de arme mensen die we op het schilderij herkennen, in de grote chaos die een sloppenwijk is.

 

Sint Jozef Parochie